Loading

.

Belangrijke wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering

Zoals u waarschijnlijk al gehoord heeft, wordt per 1 maart 2017 het Wetboek van Strafvordering op een aantal punten gewijzigd. In dit nieuwsbericht besteden we hier in hoofdlijnen aandacht aan.

Recht op bijstand door een raadsman

In de Europese richtlijn (2013/48/EU) zijn regels vastgesteld over de toegang tot een raadsman in strafprocedures. Om aan die regels te voldoen, worden de volgende wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering aangebracht:

  • Introductie van een wettelijk recht van de verdachte om voorafgaand aan het verhoor door opsporingsambtenaren een raadsman te raadplegen (consultatiebijstand) en het recht om zich tijdens het verhoor door een raadsman te laten bijstaan (verhoorbijstand). Dit recht wordt in verschillende artikelen verder uitgewerkt. Daarbij wordt o.a. ingegaan op de te volgen procedure en de redenen om eventueel consultatie- en/of verhoorbijstand te weigeren.
  • Als een verdachte afstand doet van recht op toegang tot een raadsman, moet hij op de gevolgen daarvan worden gewezen en worden meegedeeld dat hij van zijn beslissing kan terugkomen. 
  • Aangehouden jeugdige verdachten kunnen geen afstand doen van hun consultatierecht.

Let op! Het recht op consultatie- en verhoorbijstand geldt niet bij het verhoor ter plaatse van een staande gehouden verdachte van een bij of krachtens AMvB aangewezen overtreding waarvoor een strafbeschikking zal worden uitgevaardigd. De tekst voor deze AMvB ligt nog niet geheel vast en zal op z’n vroegst in april worden gepubliceerd.

Toepassing dwangmiddelen 
De onderstaande dwangmiddelen zijn herzien om meer aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk en om ze eenvoudiger te maken:

  • Aanhouding op heterdaad
    Artikel 53 WvSv gaat nu uit van de situatie die in de praktijk het meest voorkomt: aanhouding door een opsporingsambtenaar. Ook is duidelijker aangegeven dat de hulpofficier van justitie of officier van justitie na aankomst van de verdachte op het politiebureau moet beslissen over de noodzaak van verdere vrijheidsbeneming ten behoeve van het onderzoek. Dit omvat ook de beoordeling van de rechtmatigheid van de aanhouding.
  • Aanhouding buiten heterdaad
    Artikel 54 WvSv gaat nu ook uit van de situatie die in de praktijk het meest voorkomt: aanhouding door een opsporingsambtenaar op bevel van de officier of hulpofficier van justitie.
  • Termijn ophouden voor onderzoek 
    De regeling ophouden voor onderzoek (artikelen 56a en 56b) komt nu na de regeling van aanhouding.
    De termijn ‘ophouden voor onderzoek’ is verlengd tot ten hoogste negen uur voor de verdachte van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Voor de verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, blijft deze termijn ten hoogste zes uur.
  • Inbeslagneming
    De bevoegdheid tot inbeslagneming van voorwerpen, die was toegekend aan ieder die de verdachte staande hield of aanhield, wordt beperkt tot inbeslagneming door een opsporingsambtenaar (artikel 95 WvSv).

Proces-verbaal van verhoor
Om objectiever te kunnen vaststellen wat er tijdens het verhoor is gebeurd, is een nadere regeling van weergave van het verhoor van de verdachte in het proces-verbaal opgenomen. Deze regeling stelt o.a. eisen aan het proces-verbaal van verhoor en aan de verklaring van de verdachte.

Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte moet de volgende gegevens bevatten:

  • het tijdstip waarop het verhoor is aangevangen
  • het tijdstip waarop het verhoor eventueel wordt onderbroken en de reden daarvoor
  • het tijdstip waarop een onderbroken verhoor wordt hervat
  • het tijdstip waarop het verhoor eindigt
  • de identiteit van de personen die bij het verhoor aanwezig zijn en daaraan deelnemen
  • of geluids- of beeldopnamen zijn gemaakt

De verklaring van de verdachte moet:

  • zoveel mogelijk in zijn eigen woorden worden opgenomen, met name als deze een bekentenis van schuld inhoudt;
  • zo volledig mogelijk worden weergegeven;
  • zoveel mogelijk in vraag- en antwoordvorm worden weergegeven.

Het is nog niet bekend of deze bepalingen ook gelden voor de verklaring van de verdachte, die op de combibon wordt vermeld, bij eenvoudige feiten die met een politiestrafbeschikking worden afgedaan. Dit wordt momenteel onderzocht.

Hendrik Jan van der Kooij
Senior opleidingskundige